woensdag 7 september 2016

Wildwaterbaan

"Nee, ik durf niet." Het is een zin die ik wel vaker hoor en - volledig tegen mijn moedergevoel in - een zin die ik moet negeren of omzeilen. Een zin die ik dien te vertalen naar een 'Ik ben bang, maar eigenlijk wil ik wel. Wil jij me begeleiden?' Zoonlief is een bang vogeltje. Zittend op de rand van het nest om zijn vleugels te spreiden, maar nét dat tikkeltje te angstig om zijn vleugels werkelijk uit te slaan. Bij mama is het veilig. Maar mama kent haar kuiken al te goed. Mama wéét waar hij toe in staat is en dat hij eigenlijk van duizend en een dingen met volle teugen durft genieten. Alleen die eerste stap, dat vertrouwen in zichzelf, in zijn eigen kunnen, dat ontbreekt. Alles moet voorspelbaar zijn. "Mama, ga ik dit eng vinden? Wat denk jij? Zou jij het durven? En ik? Hoe ga ik het vinden?" Ik kan hem geen zekerheid bieden en dat moet hij leren, hoe moeilijk dat voor hem ook is.



We zijn voor het eerst in een subtropisch zwembad. Niet echt voor het eerst, maar naar zijn gevoel is het dat wel want het is al jaren geleden en in dit specifieke zwembad zijn we nog niet geweest. Kleine broer leerde tijdens onze vakantie écht zwemmen en dat wordt nu beloond. Zoonlief zelf kan nog niet zwemmen, maar zette wel een grote stap: hij durfde op reis van de rand in het water springen. Beetje bij beetje overwon hij zijn angst tot hij plots keer op keer met een grote glimlach sprong.


In dit zwembad is het lekker warm. Goed, want met die koude van de meeste zwembaden heeft hij het niet. Zijn lippen kleuren dan al gauw paars en zelfs al heeft hij een zwemshirt aan, hij staat binnen de kortste keren onbedaarlijk te rillen. Dit keer dus niet, oef.

Meteen bij binnenkomst zien we de wildwaterbaan. Kleine broers ogen beginnen te schitteren en nog voor ik wat kan zeggen, stapt hij de trappen op. "Gaan jullie mee?" roept hij enthousiast onze richting uit. Als ik verderga op mijn herinneringen als kind, vond ik zo'n wildwaterbaan altijd erg leuk, dus ja... Ik heb wel zin om mee te gaan! Angstig kijkt de oudste om zich heen. Ik vertaal zijn lichaamstaal en stel hem meteen gerust: "Ik weet dat je dit nu niet wil doen. Geen probleem. Als je daar blijft staan kan je kijken." Hij doet wat ik hem vraag. Ik zie zijn schouders weer zakken. De paniek verdwijnt uit zijn ogen. 

Zo vrolijk mogelijk kijk ik hem aan terwijl ik door het wilde water voorbij hem word gestuwd. Ik gebaar met mijn duim hoog in de lucht en lach uitbundig. "Super leuk en helemaal niet eng!" beoordeel ik oprecht mijn tocht door de wildwaterbaan. "Nee, ik durf niet", beantwoordt hij mijn vraag nog voor ik ze gesteld heb. "Je durft het wel;" zeg ik vastberaden, "ik weet zeker dat je het leuk vindt!" 

Nog voor hij het goed en wel beseft, grabbel ik zijn hand vast en vertrekken we naar de ingang van de waterbaan. Ik voel de spanning door hem heen gaan, maar hij volgt. Ik wéét dat hij het wil. Ik wéét ook dat hij het leuk zal vinden. Dat weet ik heel erg zeker. Maar die eerste stap... Daar kan ik hem enkel met stuurse vastberadenheid overheen helpen. Hard, tegennatuurlijk zelfs een beetje. Maar ik ken hem en dit is nu eenmaal wat hij nodig heeft. 

Zachtjes por ik hem vooruit op de trappen. Ik zie en voel iedere spier in zijn lichaam verstijven. We komen aan het begin van de baan. Hij knijpt mijn hand bijna tot moes. "Jij blijft toch bij mij? Jij laat mij toch niet los?" scandeert hij keer op keer. Bewust glimlachend en met geen spoor van zorgen op mijn gelaat kijk ik hem aan. Mijn stem klinkt rustig en bemoedigend: "we doen dit samen. Ik blijf de hele tijd bij jou." 

Ik zet me neer met hem in mijn schoot geklemd. We vertrekken. Ik voel zijn hele lijf trillen. Hij klemt zich zo hard tegen me aan dat ik mijn pijn moet verbijten. "Leuk hè! En helemaal niet eng!" probeer ik hem te sussen. "Wordt het nog enger dan dit?" vraagt hij met bevende stem bij het eerste tussenplateau. Ik stel hem gerust. Het wordt niet enger. De verdere rit blijft hij beven en knijpen. Ik voel overal pijn. Maar ik blijf lachen. Ik heb beloofd dat het leuk wordt dus dat moet het ook zijn. We komen aan het einde. Zijn lijfje ontspant, al trilt hij nog steeds wat na. Een voorzichtige glimlach, die daarna steeds breder wordt... "Dit was superleuk mama! Gaan we nog eens?"


Tientallen keren na elkaar gaat hij in de wildwaterbaan. Met zijn broer, alleen, ... Het maakt hem helemaal niets meer uit. "Mama, mama," roept hij uitgelaten, "kom nog eens mee. Het is superleuk! En helemaal niet eng!"