woensdag 21 december 2016

Een boek schrijven

"Een boek schrijven... Ik zou niet weten hoe ik daaraan moet beginnen". Het is ongetwijfeld een van de meest voorkomende reacties wanneer ik mensen vertel dat ik al enkele boeken op mijn naam heb staan. "Hoe vind je dan een uitgever?" hoor ik ook wel vaker, meestal van mensen die zelf met het idee spelen een boek te schrijven of van mensen die al ergens een (half) manuscript hebben liggen, maar nog niet goed weten wat ze er verder mee moeten. Het leek me daarom leuk mijn ervaringen met jullie te delen.


Hoe begin je aan het schrijven van een boek? 
En hoe werk je dan verder?

Ik kan natuurlijk enkel schrijven over mijn eigen bevindingen. Iedere auteur zal vast wel zijn eigen manier hebben. Het hangt er ook sterk van af welk soort boek je schrijft. Ikzelf heb bijvoorbeeld een kookboekje geschreven en het is vanzelfsprekend dat je dan anders werkt dan bij een boek over autisme.

Wat voor al mijn boeken wel geldt, is dat ik eerst een planning opmaak. Eerst groeit er in mijn hoofd een bepaald concept, waar ik geregeld even aan terug denk en waar dan ideetjes bij komen. Vervolgens maak ik op papier (of op de computer) een planning op die ik in duidelijke stappen opdeel. Dat maakt het voor mij overzichtelijk waar ik naartoe werk. Qua tijd maak ik nog niet meteen een inschatting. Dat doe ik soms wel met de tussenstappen (stap voor stap bepalen hoe lang ik eraan denk te werken). Het schrijven van een boek gebeurt bij mij ook tussen de job, het gezin, het huishouden en de andere hobby's door... Het is dus noodzakelijk voor mezelf om af en toe bewust een schrijfmomentje in te plannen; anders komt het er niet van.

Het schrijven zelf doe ik niet altijd chronologisch. Het kan zijn dat ik met de inleiding begin en eindig met het slotwoord, maar doorgaans loopt het allemaal wat door elkaar en vormt het pas na een tijd een (chrono)logisch geheel. Eens ik weet wat ik wil schrijven, komen de zinnen bij mij meestal vanzelf. Ik moet er ook wel bij zeggen dat ik altijd al een talenknobbel heb gehad, wat natuurlijk helpt bij het schrijven... Schrijf ik een fictief verhaal, dan werk ik dat niet eerst helemaal uit in mijn hoofd. Ik begin eraan met een bepaald idee en meestal ontdek ik terwijl ik schrijf samen met de personages wat er exact gebeurt en hoe het verhaal juist afloopt. Ik schrijf daarbij meestal in één keer door zonder telkens alles opnieuw te lezen en pas achteraf lees ik het hele verhaal nog eens om te kijken of alles vlot klinkt en logisch in elkaar overvloeit.

Ik werk hierbij altijd op de computer (of tablet) en als er een volledig (hoofd)stuk af is, dan print ik dat uit en lees ik het heel aandachtig woord per woord, zin per zin om alle stroefheden en eventuele fouten er nog uit te halen. Meestal herlees ik het daarna nog eens één of twee keer en daarna - of als er meerdere hoofdstukken klaar zijn - zoek ik enkele (minstens twee) mensen die het willen proeflezen. Dat is altijd erg spannend en ik kijk dan ook wel uit naar hun reacties.

Je hebt (een deel van) je manuscript klaar. Wat dan?

Er zijn natuurlijk verschillende mogelijkheden.
Je kan ervoor kiezen je boek in eigen beheer uit te geven. Dat kan je op verschillende manieren doen. Ikzelf koos bij mijn boeken in eigen beheer voor Create My Books. Mijn eerste boek Zoon met een gebruiksaanwijzing bracht ik in eerste instantie op die manier uit. Je dient je manuscript dan helemaal zelf vorm te geven (of je neemt iemand onder de arm die dat beter kan) en je hebt zelf alles volledig in de hand. Ook qua timing... Van zodra jij je boek oplaadt op de website, is het ook klaar om gedrukt te worden. Create My Books drukt telkens een boek wanneer iemand er één bestelt. ('printing on demand') Je hoeft dus géén voorraad in huis te nemen en er zijn ook geen kosten verbonden aan het opladen van je boek. Als je een ISBN-nummer wil, dan moet je daar wel voor betalen maar die kosten zijn niet hoog. Bovendien kan je zelf je 'royalties' (winst per boek) bepalen, waardoor je per boek vaak meer verdient dan van je boeken die via een uitgeverij worden uitgegeven.

Het grote nadeel van boeken die je in eigen beheer uitgeeft, vind ik dat je boek niet zomaar in de winkel te koop wordt aangeboden. Het gebeurt, maar het is uiterst uitzonderlijk dat zo'n boek in de (fysieke) boekhandel terecht komt. Je kan ze wél kopen via webwinkels zoals bol.com. Bovendien sta je helemaal zelf in voor de promotie. Maak je geen reclame, dan verkoop je geen boeken. Zo simpel is het eigenlijk... Ken je veel wegen om promotie voor je boek te maken en wil je er ook tijd en moeite in stoppen, dan kan het zeker wel werken. Mijn boek Olala Chocola! heb ik op die manier uitgegeven en ik moet zeggen dat het best aardig verkoopt voor een boek in eigen beheer, zeker nu tijdens de feestdagen! Hoe ik zelf voor promotie zorg? Mijn uitgebreide kookblog en bijhorende Facebook-pagina spelen hier een hele grote rol. Mensen komen op zoek naar lekkere gerechtjes vaak uit op mijn blog (die aardig wat bezoekers over de vloer krijgt) en vaak klikken ze door naar de pagina over mijn boek. De stap naar online bestellen is dan relatief snel gemaakt.

Een boek uitgeven via een uitgeverij heeft uiteraard ook voor- en nadelen. Maar allereerst: een uitgeverij vinden die met je in zee wil gaan is niet zo gemakkelijk. Volgens wat ik erover vond op het internet zou slechts zo'n 1% van de ingezonden manuscripten ook daadwerkelijk worden uitgegeven. Dat is natuurlijk bijzonder weinig. Je manuscript dient bijgevolg op te vallen (origineel te zijn) en het dient goed geschreven te zijn om niet meteen aan de kant gelegd te worden. Belangrijk bij het uitkiezen van een uitgeverij is dat je eerst op onderzoek gaat welke uitgeverijen jouw stijl van boek daadwerkelijk uitgeven. Je kan dat doen door te kijken door welke uitgeverijen gelijkaardige boeken werden uitgegeven en/of door websites van uitgeverijen uit te pluizen. Op die websites zie je meteen ook hoe zij het liefst manuscripten ontvangen. Sommigen kiezen voor e-mail, anderen hebben liefst een papieren exemplaar. Mijn eerste boek Zoon met een gebruiksaanwijzing was al uit in eigen beheer toen ik het aanbood bij een uitgeverij. Ik stuurde hen zowel mijn uitgeprinte manuscript als een exemplaar van mijn boek op. Ook dat is dus een mogelijkheid.

Uitgeverijen verwachten ook een begeleidend schrijven bij je manuscript. Dat moet uiteraard goed geschreven zijn. Het is ook belangrijk dat het niet te lang is, maar toch op een duidelijke, aangename manier uitlegt waarover je boek gaat.

Tenslotte moet je over een flinke portie geduld beschikken bij de meeste uitgeverijen voor je antwoord kan verwachten, als je dat al krijgt. Gelukkig liep dit bij mij al drie keer best vlot, maar ik hoorde al veel andere verhalen... Ik vermoed ook wel dat je kans op een uitgever per boek dat wordt uitgegeven stijgt. Je wordt wat serieuzer genomen dan bij een eerste boek én je hebt natuurlijk na een tijdje in de schrijverswereld wat connecties... Of je blijft - als het kan - telkens bij dezelfde uitgever, dat is nog gemakkelijker.

Kan je ook een deel van een manuscript of enkel een concept afleveren bij een uitgeverij?

Dat kan. Maar zeker als het om een eerste boek gaat, zal je volgens mij best toch al wat op papier zetten zodat de uitgever ziet dat je wel degelijk wat te bieden hebt. Ikzelf stuurde - zoals al gezegd - bij mijn eerste boek een volledig manuscript én een afgewerkt boek in eigen beheer op. Later kwamen er in samenspraak met de uitgever nog enkele stukken bij, die ik indiende volgens bepaalde deadlines. Mijn boek Tussen trots en ergernis was nog niet helemaal af toen ik al op zoek ging naar een uitgever. Ik had enkele hoofdstukken helemaal afgewerkt en de rest schreef ik toen ik al een contract had bij mijn uitgever. Dat kan dus ook. Bij mijn boek Vic heeft een tic (dat eraan komt in januari!) was er enkel een concept toen ik mijn huidige uitgever benaderde. En dat heeft dus ook gewerkt... Het voordeel was dat het concept nog wat kon wijzigen in samenspraak met de uitgever zodat beide partijen er meteen voor 100% konden achter staan. Jij weet welke boodschap je wil brengen; de uitgever weet wat er verkoopt. Die twee samenbrengen is de kunst.

Wat doet een uitgeverij voor jou?

Bij een boek in eigen beheer sta je dus helemaal zelf in voor de vormgeving en dien je ook zelf alle stijl- en taalfouten uit je manuscript te filteren. Werk je met een uitgever dan doet die dat voor jou. De uitgever bepaalt wanneer het boek wordt ingepland (en er gaat vaak heel wat tijd over voor het boek er werkelijk is); je manuscript wordt nagekeken door een taalkundige en je krijgt verbetersuggesties die je vervolgens aanvaardt of verwerpt; het boek wordt professioneel vormgegeven. De titel, de tekst op de achterflap en de inhoud... Alles gaat pas door als zowel de uitgever als jij zelf als auteur erachter staan. En natuurlijk worden alle afspraken i.v.m. het hele proces en i.v.m. de verkoop van de boeken in een contract gegoten. Zo is het helemaal officieel. Voor de promotie sta je niet helemaal zelf in. Kan je als auteur enkele promotiekanalen aanreiken dan is dat uitermate welkom; kan je zelf actief meewerken en volop reclame maken dan zal je uitgever daar zeker niet rouwig om zijn. Maar zij doen zelf dus ook moeite. Logisch, want een boek uitgeven kost een uitgeverij veel geld en ze willen uiteraard zelf ook graag wat centen verdienen... Ikzelf vind het wel fijn om mee op zoek te gaan naar allerlei promotiekanalen. En ik geniet er natuurlijk ook van als iemand van de krant of van de radio me komt interviewen of als mensen me vragen voor een groep te spreken, al kan ik niet ontkennen dat er altijd weer wat zenuwen bij komen kijken...

Verdien je veel geld met boeken schrijven?

Heel simpel: nee. Je verkoopcijfers moeten al héél hoog zijn om er echt veel geld mee te verdienen. Een auteur zoals ik (die niet bekend is dus ;)) krijgt doorgaans 7 tot máximum 10% op de verkoopprijs van een boek. Wordt een boek dus in de winkel verkocht voor € 15 dan krijg je daar als auteur slechts € 1,05 tot € 1,50 voor. De reacties die je krijgt van mensen die je echt hebt kunnen helpen met je boek en die er écht iets aan gehad hebben, zijn echter zoveel meer waard!


Heb je na deze uitleg nog vragen over het schrijven of uitbrengen van een boek? Aarzel zeker niet om ze te stellen!

Mijn boeken op een rijtje:
Zoon met een gebruiksaanwijzing, uitgeverij Houtekiet, 2012
Olala Chocola!, eigen beheer, 2013
Ooh La La Chocola!, eigen beheer, 2013 (ENGELS)
Tussen trots en ergernis, uitgeverij De Draak, 2014
Vic heeft een tic, uitgeverij Aldo Manuzio (Brevier), 2017

woensdag 2 november 2016

Binnenkort te koop: mijn kinderboek "Vic heeft een tic"!

Groot nieuws! Binnen een tweetal weken komt mijn boek "Vic heeft een tic" eindelijk uit.
UPDATE 17/11/2016: de release van mijn boek is verplaatst naar januari 2017!


"Vic heeft een tic" is een kinderboek over tics en Gilles de la Tourette met daarin onder andere:

  • een fictief verhaal over een jongen met Tourette die gaandeweg te weten komt waar zijn tics vandaan komen
  • kaders waarin het kind zelf zijn illustraties bij het verhaal mag maken
  • reflectievragen, met ruimte om zelf antwoorden neer te schrijven
  • info voor kinderen en voor ouders, opgesteld in samenwerking met drie Tourette-specialisten
  • anekdotes van kinderen en volwassenen met Tourette
  • infobladen voor de omgeving van het kind en voor de leerkracht (door het kind zelf aan te kruisen en in te vullen met wat het zelf belangrijk vindt!).

Het boek is bedoeld als 'samenleesboek' voor kinderen van +/- 6 tot 12 jaar en hun ouders, maar dus ook heel interessant voor andere mensen in hun omgeving!


WORDT VERVOLGD...

Nu al jouw exemplaar reserveren? Dat kan o.a. hier:

bol.com
Standaard Boekhandel
Eci.be
Eci.nl


dinsdag 1 november 2016

Godverdomme


"Wat doet hij dan?" vraagt ze me geïnteresseerd nadat haar eerste verbazing wat is weggetrokken. "Hij heeft Gilles de la Tourette en hij vloekt níét?!" riep ze net nog uit in complete ontsteltenis. Nu wil ze graag weten wat hij dan wél doet. 

Het is een vraag die ik al talrijke keren moest beantwoorden sinds zoonlief zijn diagnose Tourette kreeg. Fijn, vind ik, want zo krijg ik de kans om de wereld toch een ietsiepietsie minder onwetend te maken. Anderzijds frustreert het me. Het beeld dat de media over bepaalde stoornissen scheppen, wordt door velen zo blindelings overgenomen en als enige echte waarheid beschouwd dat het vaak bijzonder moeilijk is om geloofwaardig over te komen wanneer je de échte waarheid vertelt. 

"Wel, wat doet hij dan?" vraagt ze me nogmaals. Ik voel me bij voorbaat machteloos. Wat ik ook zal antwoorden, het zal nooit voldoende zijn om de impact ervan helemaal duidelijk te maken. Ofwel minimaliseert ze het en doet ze wat ik beschrijf af met een zogenaamd geruststellend "hij groeit daar vast wel uit" of een harenrijzend "dat heeft iedereen toch wel een beetje", ofwel overreageert ze en word ik plots die meelijwekkende moeder die het toch o zo zwaar heeft met dat arme schaapje van een zoon. Dat wil ik niet. De moed zinkt me in de schoenen. Hoe begin ik hier eigenlijk aan? 

"Hij heeft tics," leg ik haar zo neutraal mogelijk uit, "motorische en vocale. Hij doet vanalles wat hij eigenlijk niet wil en hij kan er niet mee stoppen." Natuurlijk wil ze voorbeelden. Ze kan er zich hoegenaamd niets bij voorstellen. En dat neem ik haar ook niet kwalijk. 

Ik vertel hoe het begon met het knipperen en knijpen met zijn ogen, over de bewegingen met zijn mond die erbij kwamen en de geluiden. Over de onnoembaar vele tics die de revue inmiddels passeerden. Ik leg uit dat hij er soms pijn van heeft, hoe hinderlijk hij dat zelf vindt en hoe bang hij daar wel eens van wordt. Zoals het intrekken en weer opblazen van zijn buik, tot hij er misselijk van wordt. Of het likken rondom zijn mond tot hij er een pijnlijke rode huid van krijgt. Of het schokken met zijn nek tot de pijn doortrekt naar zijn hoofd. En dan is er ook nog drang: acht keer iets moeten aanraken, en nog liever acht keer acht, met beide handen op dezelfde manier. Als het niet hetzelfde aanvoelt aan elk hand moet hij opnieuw beginnen. Ik heb het gevoel dat ik haar nog maar het topje van de ijsberg toon, onvoldoende om weer te geven hoe het wérkelijk is, maar misschien volstaat dat wel, voorlopig. 

Ze staart me aan met open mond. Haar ogen vullen zich met tranen. "Is... is dat ook allemaal Tourette?" stamelt ze bijna onhoorbaar. We praten nog bijna een uur na, waarna ze me bedankt voor wat ze net bijleerde. Ik zie geen ongeloof meer in haar ogen. Medelijden maakt stilaan plaats voor aanvaarding en trots. Eén onwetende minder, haal ik opgelucht adem. Godverdomme, dat voelt goed.

woensdag 7 september 2016

Wildwaterbaan

"Nee, ik durf niet." Het is een zin die ik wel vaker hoor en - volledig tegen mijn moedergevoel in - een zin die ik moet negeren of omzeilen. Een zin die ik dien te vertalen naar een 'Ik ben bang, maar eigenlijk wil ik wel. Wil jij me begeleiden?' Zoonlief is een bang vogeltje. Zittend op de rand van het nest om zijn vleugels te spreiden, maar nét dat tikkeltje te angstig om zijn vleugels werkelijk uit te slaan. Bij mama is het veilig. Maar mama kent haar kuiken al te goed. Mama wéét waar hij toe in staat is en dat hij eigenlijk van duizend en een dingen met volle teugen durft genieten. Alleen die eerste stap, dat vertrouwen in zichzelf, in zijn eigen kunnen, dat ontbreekt. Alles moet voorspelbaar zijn. "Mama, ga ik dit eng vinden? Wat denk jij? Zou jij het durven? En ik? Hoe ga ik het vinden?" Ik kan hem geen zekerheid bieden en dat moet hij leren, hoe moeilijk dat voor hem ook is.



We zijn voor het eerst in een subtropisch zwembad. Niet echt voor het eerst, maar naar zijn gevoel is het dat wel want het is al jaren geleden en in dit specifieke zwembad zijn we nog niet geweest. Kleine broer leerde tijdens onze vakantie écht zwemmen en dat wordt nu beloond. Zoonlief zelf kan nog niet zwemmen, maar zette wel een grote stap: hij durfde op reis van de rand in het water springen. Beetje bij beetje overwon hij zijn angst tot hij plots keer op keer met een grote glimlach sprong.


In dit zwembad is het lekker warm. Goed, want met die koude van de meeste zwembaden heeft hij het niet. Zijn lippen kleuren dan al gauw paars en zelfs al heeft hij een zwemshirt aan, hij staat binnen de kortste keren onbedaarlijk te rillen. Dit keer dus niet, oef.

Meteen bij binnenkomst zien we de wildwaterbaan. Kleine broers ogen beginnen te schitteren en nog voor ik wat kan zeggen, stapt hij de trappen op. "Gaan jullie mee?" roept hij enthousiast onze richting uit. Als ik verderga op mijn herinneringen als kind, vond ik zo'n wildwaterbaan altijd erg leuk, dus ja... Ik heb wel zin om mee te gaan! Angstig kijkt de oudste om zich heen. Ik vertaal zijn lichaamstaal en stel hem meteen gerust: "Ik weet dat je dit nu niet wil doen. Geen probleem. Als je daar blijft staan kan je kijken." Hij doet wat ik hem vraag. Ik zie zijn schouders weer zakken. De paniek verdwijnt uit zijn ogen. 

Zo vrolijk mogelijk kijk ik hem aan terwijl ik door het wilde water voorbij hem word gestuwd. Ik gebaar met mijn duim hoog in de lucht en lach uitbundig. "Super leuk en helemaal niet eng!" beoordeel ik oprecht mijn tocht door de wildwaterbaan. "Nee, ik durf niet", beantwoordt hij mijn vraag nog voor ik ze gesteld heb. "Je durft het wel;" zeg ik vastberaden, "ik weet zeker dat je het leuk vindt!" 

Nog voor hij het goed en wel beseft, grabbel ik zijn hand vast en vertrekken we naar de ingang van de waterbaan. Ik voel de spanning door hem heen gaan, maar hij volgt. Ik wéét dat hij het wil. Ik wéét ook dat hij het leuk zal vinden. Dat weet ik heel erg zeker. Maar die eerste stap... Daar kan ik hem enkel met stuurse vastberadenheid overheen helpen. Hard, tegennatuurlijk zelfs een beetje. Maar ik ken hem en dit is nu eenmaal wat hij nodig heeft. 

Zachtjes por ik hem vooruit op de trappen. Ik zie en voel iedere spier in zijn lichaam verstijven. We komen aan het begin van de baan. Hij knijpt mijn hand bijna tot moes. "Jij blijft toch bij mij? Jij laat mij toch niet los?" scandeert hij keer op keer. Bewust glimlachend en met geen spoor van zorgen op mijn gelaat kijk ik hem aan. Mijn stem klinkt rustig en bemoedigend: "we doen dit samen. Ik blijf de hele tijd bij jou." 

Ik zet me neer met hem in mijn schoot geklemd. We vertrekken. Ik voel zijn hele lijf trillen. Hij klemt zich zo hard tegen me aan dat ik mijn pijn moet verbijten. "Leuk hè! En helemaal niet eng!" probeer ik hem te sussen. "Wordt het nog enger dan dit?" vraagt hij met bevende stem bij het eerste tussenplateau. Ik stel hem gerust. Het wordt niet enger. De verdere rit blijft hij beven en knijpen. Ik voel overal pijn. Maar ik blijf lachen. Ik heb beloofd dat het leuk wordt dus dat moet het ook zijn. We komen aan het einde. Zijn lijfje ontspant, al trilt hij nog steeds wat na. Een voorzichtige glimlach, die daarna steeds breder wordt... "Dit was superleuk mama! Gaan we nog eens?"


Tientallen keren na elkaar gaat hij in de wildwaterbaan. Met zijn broer, alleen, ... Het maakt hem helemaal niets meer uit. "Mama, mama," roept hij uitgelaten, "kom nog eens mee. Het is superleuk! En helemaal niet eng!"

zondag 28 augustus 2016

Schoenen kopen

Waaraan merk je dan dat hij autisme heeft? Het is de zoveelste keer dat ik deze vraag krijg voorgeschoteld en de zoveelste keer dat ik ze moeilijk te beantwoorden vind. De zoveelste keer ook dat ik enkele vage onduidelijke beschrijvingen geef, die ik kracht probeer bij te zetten met voorbeelden. Voorbeelden die achteraf meedogenloos ontkracht worden door een "Dat heeft mijn zoon ook wel eens en die heeft geen autisme. Hij heeft dan toch zeker een milde vorm."

Een milde vorm ja, zo mild dat hij niet functioneert op een gewone school, zo mild dat ze zelfs in het buitengewoon onderwijs aangeven dat zijn autisme wel  erg opvallend is, zo mild dat het voor ons als ouders soms voelt alsof we de Mount Everest hebben beklommen tegen de tijd dat hij eindelijk in bed ligt (laat staan hoe het dan voor hem zelf moet voelen). Maar ik kan het de mensen niet kwalijk nemen. Het is ook zo abstract, zo ongrijpbaar en vaak onzichtbaar.

Ook voor ons valt het dikwijls niet eens meer op. Het gaat goed, over het algemeen. En nu zeker tijdens de zomervakantie. Hij voelt zich ontspannen, is gelukkig én verlegt de ene na de andere grens.


En dan gaan we schoenen kopen. Hij moet op zo'n 'scan-ding' gaan staan dat de grootte van zijn voeten zal bepalen. Dat deed hij al eerder en ditmaal gaat hij er van de eerste keer juist op staan. Ik voel me gloeien van trots. Het kostte een jaar geleden nog zowat bloed, zweet en bijna tranen om hetzelfde gedaan te krijgen. Nadat de angst voor het vreemde ding werd overwonnen, bleek het voor zoonlief bijzonder moeilijk te begrijpen hoe hij er exact moest op plaatsnemen.

Ditmaal verloopt het dus vlekkeloos. Dan moet hij schoenen passen. Ze aantrekken blijkt moeilijk en op de tips die de vriendelijke verkoopster hem geeft, lijkt hij niet te reageren. Aan de frons op zijn voorhoofd te zien, begrijpt hij geen zier van haar goedbedoelde instructies. De schoenen blijken uiteindelijk te klein. Hij moet een groter paar passen. Om zeker te weten dat de maat goed is, dient hij zijn voet tot helemaal vooraan in de schoen te duwen. Dat begrijpt hij niet. Hij gaat erbij zitten. Dat mag niet; het moet staand gebeuren. Hij duwt zelf met zijn vinger op zijn tenen om aan te geven tot waar ze komen. Dat is niet de bedoeling. Hij gaat weer zitten. Dat mag niet. 

Haast geruisloos zegt hij dat hij het niet begrijpt. Ik zie de vertwijfeling in zijn ogen. Wat wordt er toch van hem verwacht? De verkoopster kijkt me op haar beurt verward aan. Waarom begrijpt hij haar toch niet? Krampachtig duwt hij zijn voet naar voor in zijn schoen. Er blijkt achteraan nog wat ruimte over. De schoenen zijn perfect van maat. Ze mogen weer uit. Dat doet hij niet meteen. Hij staat nog steeds met zijn voet te duwen. "Ik moest mijn voet naar voor duwen, maar hij geraakt niet tot helemaal vooraan in de schoen", zegt hij lichtjes in paniek. Geen probleem, zeg ik. Dat bedoelde de verkoopster ook niet. "Waarom zei ze het dan?" Omdat mensen nu eenmaal dingen zeggen die ze niet letterlijk zo bedoelen. Dat weet hij, dat begrijpt hij. Maar nu weer even niet.

Waaraan merk ik dan dat hij autisme heeft?  Een simpele vraag. Geen simpel antwoord.

maandag 6 juni 2016

Komaan, antwoord nu!

Zoonlief is met de klas op uitstap geweest en ik ben reuze benieuwd hoe hij het heeft gehad. Gewapend met een regenjas, regenlaarzen, een volgeladen rugzak en een gezonde portie spanning vertrok hij 's ochtends naar school. Hij keek er naar uit. Zo eens een dagje zonder les, daar is hij altijd wel voor te vinden.

Als hij 's avonds thuis komt, zie ik een bedrukt gezichtje. Ik heb net vernomen dat de uitstap door het slechte weer niet is doorgegaan en er ter vervanging spelletjes binnen de schoolmuren werden gespeeld. En ook dat de zoon flink heeft meegedaan en er van genoten heeft. Allemaal leuk, maar wel anders dan gepland... 


"Jullie zijn niet weggeweest hè?" tracht ik het gesprek te openen. Verrast kijkt hij me aan, om vervolgens meteen weer weg te kijken. "Hoe weet jij dat?" snauwt hij me geërgerd toe. Ik had natuurlijk beter moeten weten... Hij had gepland het me zélf vertellen en nu heb ik zijn verwachtingen overhoop gehaald. Hij doet zijn jas uit, houdt zijn laarzen aan en gaat uitgeteld op de vloer zitten, zijn blik op oneindig. Ik besluit hem even tot zichzelf te laten komen. Dat kan hij vast gebruiken.

Haast onhoorbaar mompelt hij plots iets. En dan nog eens. Heel wat luider volgt er meteen geërgerd: "Komaan mama, antwoord nu eens!" Beseffend dat ik dit diplomatisch moet aanpakken wik en weeg ik mijn woorden. "Oei lieverd, ik heb je vraag niet verstaan. Wil je die misschien eens herhalen?" vraag ik voorzichtig. Ik voel de bui al hangen. De frons boven zijn ogen wordt dieper. "Komaan, antwoord nu!" beveelt hij me opnieuw. Bijna sta ik op het punt hem te berispen: dat hij me niet zo mag commanderen en dat ik verdorie niet kan antwoorden op een vraag die ik niet heb verstaan. Maar ik slik mijn woorden in. Het heeft geen zin. "Ik kan niet antwoorden zolang jij je vraag niet herhaalt", zeg ik vervolgens beheerst.

Minutenlang blijft hij mijn antwoord eisen. Minutenlang probeer ik me kalm te houden en reageer ik niet op zijn gedram. Plots draait hij zijn volumeknop weer een heel eind naar beneden en volgt ineens dé vraag: "Mag ik een vieruurtje klaarmaken?"

Verwonderd kijk ik hem aan. Natuurlijk mag dat. Jas en schoenen uittrekken, boekentas uitladen en dan meteen twee kommetjes vullen met enkele koekjes en snoepjes voor hemzelf en kleine broer. Dat doet hij normaal iedere dag zo. Dat hoeft hij ook helemaal niet te vragen. "Ja hoor, je mag een vieruurtje maken", zeg ik hem geruststellend. Stilaan zie ik hem weer helemaal zichzelf worden. De mist verdwijnt uit zijn hoofd, zijn blik wordt weer helder en er komt wat kleur op zijn wangen.

Als hij even later gezellig televisiekijkend naast broerlief van zijn koekjes zit te smullen, geef ik hem een aai over zijn hoofd. "Wat is er?" vraagt hij met zijn blik nog steeds op de televisie gericht. "Gewoon, ik vind het fijn als je zo geniet van je koekjes", zeg ik oprecht. Hij kijkt me aan met de mooiste glimlach ter wereld. Wat zie ik dat kind toch graag.

vrijdag 13 mei 2016

Gelogen

Schoorvoetend en met een gezicht als een dreigende donderwolk stapt hij van zijn schoolbus. Moe, denk ik voor een tel, om de volgende seconde al te beseffen dat het meer is dan dat. Hij mijdt mijn blik en kromt zijn rug nog wat harder als ik hem zoals steeds begroet met een vrolijke "hallo!" Lang hoef ik niet op een verklaring te wachten. "Papa heeft gelogen", zegt hij terwijl hij zijn boekentas op de vloer laat neerploffen. "Hij zei dat het vandaag ging regenen en het heeft helemaal niet geregend!"

Bijna tien is hij inmiddels en ver bovengemiddeld begaafd, dat ook. Hij weet wel degelijk dat papa's niet in staat zijn het weer te veranderen. Hij weet ook dat weermannen en -vrouwen het niet steeds bij het rechte eind hebben. Dat weet hij allemaal; dat begrijpt hij ook ten volle. En toch heeft papa gelogen. Hij heeft gezegd dat het zou regenen en heeft daarbij in zoonliefs hoofd een beeld van druppels, regenjassen en natte stoeptegels geschetst. Een beeld dat niet overeenkomt met de zonnestralen die hij door het venster ziet priemen en het gekwetter van vrolijke vogels in de tuin.

Enige minuten staart hij voor zich uit, rechtopstaand in de woonkamer. Ik zie haast hoe de radertjes in zijn hoofd alles trachten te verwerken. Dan verzacht plots zijn blik. Zijn mondhoeken krullen een millimetertje omhoog. Hij kijkt me aan, bijna recht in mijn ogen. Of hij buiten mag spelen, op de trampoline, in de zon. Hij begrijpt mijn glimlach niet, maar wat geniet ik als ik hem daarna steeds vrolijker zie springen en zie genieten van het heerlijke warme weer.

zaterdag 5 maart 2016

Labeltjes

"Mijn zoon heeft autisme, adhd en Tourette.", rollen de woorden uit mijn mond. Een aaneenschakeling van labeltjes die hem alles behalve helemaal vatten want hij is natuurlijk veel meer dan dat. Maar ze typeren hem ook zo.

Hij is een 'specialleke', net als ieder kind maar toch nog ietsje anders. En dan valt er een stilte, hoor ik haar adem stokken in haar keel. "Oei...," zegt ze geschrokken, "dat kan niet gemakkelijk zijn." Ik kijk haar aan en haal mijn schouders op. "Hij doet het goed hoor. Hij zit op een fantastische school en thuis lukt het ook allemaal best", tracht ik haar gerust te stellen.

... 

Ik schreef deze blogpost voor IkTic. HIER kan je verder lezen...