woensdag 19 februari 2014

Gedichten van brussen over hun 'bijzondere' broer of zus

Via mijn Facebook-pagina deed ik vorige week een oproepje. Broers en zussen (zogenaamde 'brussen') van personen met autisme mochten me een gedicht bezorgen. Het tekstje dat me het meest raakt krijgt een mooi plekje in mijn nieuwe boek... Nu, er blijken wel twéé tekstjes te zijn die ik heel erg geschikt vind en aangezien ik echt niet kan kiezen, heb ik besloten ze allebei in het boek op te nemen.

Hierbij de twee 'winnende' gedichtjes... Mooi hè!


Alles is anders met hem erbij
Maar we moeten leven zij aan zij
Soms is het samen heel leuk
Dan lachen we ons een breuk
Dikwijls klopt de puzzel niet
Een gevoel dat niemand ziet
Het is zo overheersend en sterk
Dat ik me amper concentreer op schoolwerk
Ik moet er mee leren leven
Hem al te vaak gelijk geven
Zo lukt het ons jaar na jaar
Om te zorgen voor elkaar.

Ine, 12 jaar


Waarom kan ik niet in je hoofd kijken
Het zou alles een stuk gemakkelijker maken
Je emoties, je woede, je angst
De drukte wegnemen
In jouw kleine warrige wereldje
Waarin je elke dag weer verloren rondloopt
Niet meer weet
Wat is er goed wat is er fout
Het lijkt alsof er gewoon geen begin is
Telkens breekt mijn hart
Als ik je tranen zie
Tranen van onmacht en verdriet
Want je stelt me dikwijls de vraag
Waarom zien de anderen niet... wat jij wel ziet

Rhiannon, 17 jaar


Natuurlijk kwamen er nog meer heel mooie inzendingen. Hierbij ook de andere tekstjes die ik kreeg toegestuurd. Ze verdienen zeker een plekje op deze blog!


Kon ik maar wat dichter bij hem staan
Zodat ik zou weten welke dingen er in hem omgaan
Hij is zo dichtbij, maar ook ver weg
Om hem heen staat er een heg
Maar soms zoekt hij toenadering
Dat maakt mij blij
Dan voel ik dat hij houdt van mij
Dan sta ik zeker voor hem klaar
Zoals hij is, heb ik hem graag

R., 19 jaar


Jij zal altijd mijn kleine, grote broer zijn.
Ik mis je, weet je dat?
Ik denk het wel.
Ik denk dat jij me ook mist, maar dat hoeft niemand te weten.
Heb ik je gekwetst door weg te gaan?
Ik vrees van wel, en dat heb ik nooit gewild.
Je moet weten dat het niet jouw schuld is dat ik niet meer thuis woon.
Het is niemand zijn schuld, het was gewoon tijd.
Wat je vooral nooit mag vergeten is dat ik je grote, kleine zus ben.
Ik zal er altijd voor je zijn.
Niets of niemand zal ooit tussen ons in komen te staan.
Ik ben trots op jou en alles wat je doet.
Ik hou van jou mijn kleine, grote broer.

F., 18 jaar


Ik ben niet zomaar een zus,
Ik ben een zogenaamde brus.
Een broer of zus van iemand heel speciaal,
het is daardoor bij ons thuis niet altijd ideaal.
Die hele situatie
bezorgt me wel eens wat frustratie.
Hij is wel eens moeilijk en druk,
maakt soms zomaar iets stuk.
Mijn broertje is volgens sommigen niet helemaal zoals het hoort,
maar toch heb ik me nog maar weinig aan hem gestoord.
Heel vaak krijgen we zomaar commentaar,
mensen vinden hem druk en raar.
Met die woorden doen ze mij en hem pijn,
en als grote, fiere zus vind ik dat helemaal niet fijn.
Hij is toevallig wel heel stoer,
hij is een kanjer… Mijn kleine Broer!!

Delphy, 16 jaar


Wat is er anders aan mensen met autisme
Ze zijn misschien drukker,stiller op sommige momenten
Waarom is het voor anderen zo moeilijk om er mee om te gaan
Oké, ze is anders
Maar ze verlangt ook naar vriendschap
waarom lukt het haar niet om vriendschap te zoeken
Ze is een toffe meid op MSN en ze wil altijd chatten
Ze verlangt naar een knuffel
Dat doet haar pijn
Ze wil leven zoals de anderen
Leuke dingen doen
Zal dat haar lukken

Brittney, 13 jaar


Op de 2e verdieping in ons huis zit iets, iets speciaals , iets raars, iets dat ik toch wel wat herken ....
Mijn broer, mijn broer met ass, die mij soms een slaapkus, een hand of een knuffeltje geeft. 
Maar hij heeft ook dagen dat hij me op de zenuwen werkt, plaagt of pest... 
Als hij op school of thuis in een diepe put zit, krijg ik sterretjes in mijn ogen, verdrietige sterretjes. Dan wil ik hem uit die diepe put helpen, als grote zus.
Of hij nu ass of adhd of flaporen heeft, het is MIJN broer(tje) die ik altijd graag zal zien, met of zonder ass.
 
Jill, 11 jaar


Broer van een autist.
Dat is gelinkt zijn.
Dat is elkaars taal begrijpen.
Dat is elkaar kalmeren en troosten.
Maar niemand is perfect, autist of normaal.
De normale zijn stoer in wetenschap, wiskunde, taal.
Maar zij zijn creatiever en ze hebben luide en zotte dagen.
Dan doen ze niets anders dan lachen en moppen vertellen.
Wij zijn samen 1, ook al zijn we anders.

Kumar, 10 jaar


Emanuel is gehandicapt
Toch heb ik veel van hem geleerd
Soms heeft hij mij geslagen
En dan wil ik vragen
Waarom?
Terwijl ik het antwoord weet
Grote broer was er al voordat wij kwamen
Ik heb een gehandicapte broer
En daar moet ik mij niet voor schamen

Elisabeth, 9 jaar


Ik ben Nowa
Ik heb drie broertjes
Mijn oudste broertje heeft adhd, autisme en nog wat
Ik heb het heel moeilijk thuis
Ik heb zelf add
daar heb ik het ook moeilijk mee
Mijn vader en moeder zijn het vaak zat
Ze zeggen je moet niet alleen de slechte kant zien,
maar alle goede dingen gaan inzien.

Nowa, 8 jaar

woensdag 5 februari 2014

Liever dan mezelf

Ja, het is inderdaad alweer een tijdje geleden dat ik hier wat heb gepost. Dat is niet geheel zonder reden. Achter de schermen werk ik namelijk hard aan een tweede boek. Het wordt een boek met maar liefst 22 getuigenissen van broers en zussen ('brussen') van personen met autisme. De jongste brus die ik heb geïnterviewd is 8 jaar oud, de oudste 43. Het werden 22 totaal verschillende verhalen, die ik stuk voor stuk even waardevol vind.

In een eerste luik van het boek beschrijf ik in de stijl van Zoon met een gebruiksaanwijzing enkele anekdotes die betrekking hebben op mijn eigen twee zonen, en dan vooral vanuit het perspectief van de jongste (het 'brusje'). L. is nu 5,5 jaar en J., zijn grote 'bijzondere' broer is 7,5.


Hieronder een recente anekdote die ik graag nu al met jullie wil delen...

Binnenkort volgt er uiteraard meer info over het boek!



We zitten met het gezin aan tafel. De oudste zoon is net terug van een nachtje logeren bij oma en opa. Zoals steeds na zoiets spannends, dient hij met zijden handschoenen te worden aangepakt. Zijn hoofd zit zo vol indrukken dat er niets meer bij kan. “Wie wil er graag wat ketchup?” vraag ik mijn zonen terwijl ik het antwoord al ken. “Ik!” reageren ze beiden even enthousiast. Ik schep een beetje saus op het bord van de jongste en daarna probeer ik ongeveer evenveel ketchup op de oudste zijn bord te leggen, kwestie van de zoveelste “broer heeft meer dan ik”-discussie te voorkomen. Met een verontwaardigde blik kijkt de oudste me aan. “Jij ziet mijn broertje liever dan mij want jij geeft ALTIJD ALLES éérst aan hem en NOOIT iets eerst aan mij”, verwijt hij me scherp. “Ook oma geeft ALTIJD ALLES éérst aan mijn broer. IEDEREEN vindt hem liever dan mij”, overgeneraliseert hij verder. Mijn man en ik beseffen dat we zijn uitspraak met een korrel zout moeten nemen; toch komt ze hard aan. Onze pogingen om ze te ontkrachten lijken niet aan te komen. Zoonlief wordt met de seconde droeviger. Kleine broer volgt het hele tafereel stil en aandachtig, terwijl zijn ogen steeds bezorgder kijken. Plots richt hij zich met zachte stem tot zijn broer: “Jij bent heel lief hoor. Ik denk dat ik jou zelfs liever vind dan mezelf.”

Wanneer ik de jongste even later in bed stop, wil hij graag nog iets aan me verklaren. “Mama, ik vind mezelf eigenlijk wel liever dan mijn broer hoor,” geeft hij eerlijk toe, “maar ik vind het soms zo erg als hij verdrietig is en dan wil ik hem beter maken.” Ik realiseer me nog maar eens wat een droom van een broertje hij is voor zijn bijzondere grote broer.