dinsdag 14 februari 2012

De maan


'Toen ik vanmorgen de speelplaats op liep, was ik aan het wenen', vertelt hij me pruilend bij het verlaten van de school. 'Papa had de maan gezien op het plein en ik had ze niet gezien en dan had papa gezegd dat ik ze misschien nog wel zou zien op de speelplaats, maar ik heb ze niet gezien', gaat hij verontwaardigd verder. 'En papa heeft maar twee keer "dada" gezegd en normaal zegt hij drie keer "dada" dus daarom was ik aan het wenen op school.' De woorden rollen in sneltreinvaart uit zijn mond en zijn mondhoeken krullen steeds meer naar omlaag. Bij thuiskomst verschijnt er bij zijn bedrukte gezichtje ook een diepe frons. Hij weigert zijn jas uit te trekken, werpt zijn schoenen van de ene kant van de gang naar de andere en schreeuwt moord en brand als kleine broer zich reeds flink naar het toilet begeeft. 'Ik wou de eerste zijn!' roept hij uit volle borst. Hij stampt daarbij met zijn voeten op de vloer en balt zijn vuisten. Ik adem diep in en raap al mijn geduld bij elkaar. Na een kwartier krijg ik hem mee naar de woonkamer. Zijn jas is uit, zijn schoenen staan netjes bij de trap en zijn lijfje is nu min of meer ontspannen. In zijn ogen staat nog steeds verdriet te lezen en ik besluit het onderwerp dat op zijn hart ligt weer aan te snijden. 'Je voelde je dan wel erg verdrietig deze ochtend, hè? Heb je lang geweend op de speelplaats?' vraag ik voorzichtig. Hij kijkt me verrast aan en lijkt zichtbaar opgelucht dat ik er met hem over wil praten. Ook ik voel verbazing wanneer hij gretig ingaat op mijn vraag en spontaan vertelt wat er in hem omgaat. Het gebeurt niet vaak dat hij zo open en uitgebreid praat over zijn gevoelens. 'Ik heb maar even geweend op de speelplaats, maar mijn vriendinnetje was er en ik heb haar meteen verteld waarom ik zo verdrietig was.' Hij kijkt me recht in de ogen en ik zie een verlegen glimlach om zijn mond verschijnen. 'Flink hè, dat ik dat aan haar heb verteld', voegt hij er trots aan toe. En ja, natuurlijk ben ik apetrots dat hij haar in vertrouwen durft te nemen en haar durft te vertellen over zijn angsten en spanningen. 'Ze heeft me verteld dat haar mama niet "dada" heeft gezegd', gaat hij verder, 'en ze heeft ook de maan niet gezien.' Ik zie hem nadenken. 'Maar mama,' zegt hij plots verrassend vastberaden, 'zij vindt dat allemaal niet zo erg als er zoiets gebeurt, maar ik wel... want ik "ben" autisme.' Sprakeloos staar ik hem aan.